HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________






 In de relatie van de minister-president tot de koningin ontbreekt een hiŽrarchische verhouding volledig.
Voeg daarbij nog het feit dat er in politiek Den Haag (en zeker in regeringskringen) bijna niemand te vinden is die de
moed heeft om Hare Majesteit tegen te spreken, en het is duidelijk dat de ministeriŽle verantwoordelijkheid
voor het optreden van het staatshoofd in de praktijk een papieren tijger is.
Ook van de nu door de Tweede Kamer voorgestelde lapmiddelen mag daarom niet te veel worden verwacht.
Het lijkt tijd om te erkennen dat de constitutionele monarchie in haar huidige vorm over haar
uiterste houdbaarheidsdatum heen is.


 
Jan Albarda, HP/DeTijd, 21 maart 2003.

____________