HET REPUBLIKEINS GENOOTSCHAP

____________

De koning bekleedt blijkens de grondwet een ondergeschikte plaats in dat geheel, die voornamelijk
procedureel en ceremonieel van aard is.
Voornamelijk bij de formatie van een nieuw kabinet speelt de vorst een belangrijke rol,
en bij de keuze van personen in dat proces.
Verder is hij deel van de regering; deze rol is echter niet formeel uitgewerkt,
maar brengt wel informele macht en invloed met zich mee.

 

Het is op zichzelf al moeilijk te aanvaarden dat een koning informele macht uitoefent.
Dát hij macht uitoefent, wordt niet ontkend. De vaak geprezen vakkundigheid van koningin Beatrix
geeft aan, dat zij inderdaad invloed heeft.
In het hart van het staatsbestel is dus welbewust een speler toegelaten
die niet direct onder democratische controle staat, maar zelfs op een haast mythisch vertrouwen
van de bevolking kan rekenen: het aantal verzoekschriften dat jaarlijks
bij de koningin binnenkomt, wijst daarop.

 

(…) artikel 3 van de grondwet bepaalt dat elke Nederlander op gelijke voet in de openbare dienst benoembaar is.
Naar zijn aard is het erfelijk koningschap gereserveerd voor een beperkt aantal leden van een bepaalde familie,
maar dat betekent dat het erfelijk koningschap naar zijn aard ondemocratisch is.
De monarchie is de ontkenning van het gelijkheidsideaal van de Franse revolutie.

 

Nederland wordt wel een egalitaire samenleving genoemd, maar de monarchie is daarop een
onmiskenbare uitzondering.
Hoe vreemd deze situatie is, wordt zichtbaar als men zich voorstelt dat andere
publieke ambten (zoals het burgemeesterschap) erfelijk in een bepaalde familie blijven.

 

Met de mantel der politieke liefde wordt wel vaker een oneigenlijke beďnvloeding
door 'hogere machten' bedekt; dat gebeurde bijvoorbeeld met de inmenging door
de koningin toen het vliegveld Valkenburg bij 's Gravenhage opgeheven dreigde te worden.

 

Wat is de staatsrechtelijke winst wanneer de monarchie wordt afgeschaft?
In ieder geval wordt dan het politieke systeem zuiverder en consequenter.
Bovendien wordt het minder kwetsbaar voor vreemde voorvallen die
veroorzaakt worden door de vorst en zijn familie.

 

Pieter Akkermans, in Rooduijn, 76-79, 82,84.

____________